|
#975
In gedichten heet waslinnen tijd omdat het iets probeert met wind het is het begrip dat ons meeneemt naar het wonder dat daar aan vasthangt. (Geert Jan Beeckman) #974 Ik was een steen die wilde drijven. Ik was een man die zijn adem spaarde. (Marco Starmans) #973 De kamerplant, twee groene vingers door de jaloezieën, wacht net als mij bladstil, maar waarop? (Vincent Van Gelder) #972 Boven staat het bed, beneden rust de wijn, ooit zal dit huis zeggen wie of wat ik ben geweest. (Paul Rigolle) #971 Hij braakte al haar kleuren uit, een laatste streling bracht zijn maagzuur in extase. (Otilia Ilie) #970 Een aanvaller onder een dekentje bedreigt ons ankerpunt Een smeltend schilderij legt de natuur stilletjes het zwijgen op (Elle Werners) #969 Onze voeten raken de grond niet. Wij zijn gevleugelde kinderen schuwen het vastlopen in sporen, mijden de gedweeë vlaktes van gras. (Edward Hoornaert) #968 De zon zakt en rekt onze schaduw, tot we de grond zelf worden. (Benoit van der Cruysse) #967 Met zere benen de heuvels op word ik daar nou echt gelukkig van (Miel Vanstreels) #966 de tijd mist met een diepe zucht steeds vaker de dode hoek in zijn graf kan in dat geval een mens zonder schuilplaats nog ergens veilig aarden (Bert Struyvé) #965 in de trein bedelt een man om harde cash hij aarzelt even, aanvaardt dan toch mijn lunchpakket (Monique Bol) #964 De planeet was naar de Romeinse oppergod vernoemd zei moeder op de heenweg, maar ongeschikt als verre vakantiebestemming. (Jouke Hijlkema) #963 In het donker een kluwen van licht zien sneeuw als ruis over je neer laten dalen (Edward Hoornaert) #962 een straat die de weg wijst naar een land om tegen te leunen voor volk dat verloren valt (Ann Van Dessel) #961 achter een gesloten deur reist het verhaal rond verledenziek en zonder koffer, een zigeunermuzikant (Wim Vandeleene) #960 Zeg mij november eeuwige bidder die nu in hoeken wordt gelezen de danser is verdwenen, de monnik gaat bestaan. (Geert Jan Beeckman) #959 de sterkte van een veer is haar zachtheid zegt ze nu ik geen kracht meer heb (Oscar Tops) #958 Heb je blije gedachten? Lijkt leven de enige mogelijkheid? Spreek erover! Onze medewerkers staan 24/7 voor je klaar. (Vincent Van Gelder) #957 met een paperclip vastgezet, net genoeg spanning om de veertjes bijeen te houden (Dinie Sophie Fintelman) #956 fluister me de hardheid van water in het oor ontkalk me morgen maar, nu wil ik in je sterven (Pieter Drift) #955 de zee belooft je geen vaste grond onder de voeten op de grens van water en zand loopt taal leeg (Steven Van Der Heyden) #954 het einde is het begin van een lange terugblik ergens ooit wacht een land van troost (Luc Lavaert) #953 aan de horizon een paard dat stapvoets een containerschip voorttrekt de zee weet elke bestemming in een trage beweging ingebed (Edward Hoornaert) #952 een vals raam in de mist ziet: ruimte is overal in afwezigheid van echo’s te voelen (Oscar Tops) #951 met drie rukjes onderaan het zwemvest word je drijfklaar hoop je op een mondmasker dat uit de hemel valt (Tania Verhelst) #950 houd, behoud. voeg de wijn bij de wijn, het water bij het water. (David Troch) #949 de machthebber filosofeert met zijn ghostwriter over mogelijke memoires zoiets als: van volle plek tot lege plek tot witte plek tot blinde vlek of – (Bert Struyvé) #948 Herten zijn we. Burlen en beuken met een extra skelet op de kop. Stil en naakt als het ons afvalt. (Reinout Verbeke) #947 Van ver rolt de appel terug naar de stervende boom. (Vincent Van Gelder) #946 de mensverschrikker op het zaaiveld spreidt de armen & oogst hiaat (Bo Vanluchene) #945 de vlam houdt het vet vloeiend, neonlicht voedt de honger een man vergeet dat hij op weg was naar huis en hapt toe (Edward Hoornaert) #944 hij verruilde zijn thuis voor het koude noorden zijn moeder stopt zijn koffer vol met chocola (Monique Bol) #943 na mijlen moet je weer vragen aan de satelliet waarheen het dwaalspoor leidt (Wim Vandeleene) #942 Er schuilt een nis in mijn gedachten waarin alles lijkt verborgen, ter nagedachtenis aan morgen zal het zijn geschreven. (Jouke Hijlkema) #941 Thuis is waar boeken planken krom trekken, de sofa een kuil bewaart waar de hond gisteren sliep, jij mijn rug recht. (Elise Vos) #940 hoe vat je sterven op, in een handomdraai is het zo gebeurd en toch duurt het een leven lang (Hans Van Miegelbeek) #939 op alle fronten lijft de dood ons in ontwaken onze lichamen in lijkwaden (Luc Lavaert) #938 geloof mijn hart tot haven en ik zal de steen zijn om de stroom veilig over te steken (Ann Van Dessel) #937 Er zijn geen dagen meer zonder geknaag. Kleine tanden onder het wolfseind leggen ons woelen bloot. (Kris Lauwereys) #936 hoe krijg ik het licht in een doos gepropt om het jou te geven voor de donkere dagen (Rinske Kegel) #935 In iedere kus die wij geven zit de daad die ons niet geneest: met een ontelbaar sneuvelen sterven te vlug af willen zijn. (Geert Jan Beeckman) #934 We zijn niet veel — een roos met doornen in haar zij, teder genoeg om bijen te doen twijfelen aan hun bestemming. (Truus Roeygens) *ter nagedachtenis aan Leen Pil #933 geef me voren vol belofte, doe mij maar geen boeket te vaak al kreeg ik een kelk langzame sterfte voorgezet (Nikki Petit) #932 In de trein trekt de wereld aan me voorbij Mijn zwartfluwelen nietigheid rent het liefst achteruit (Annette Akkerman) #931 Hoog boven mij, een frêle damp die fladdert en gebaart Uit een tasje aan mijn pols glippen de kansen weg (Elle Werners) #930 ik benijd de intimiteit van twee boterhammen in een broodrooster: hun perfect op elkaar afgestemde levens (Tania Verhelst) #929 hoe zon het water droogt en zwanen die dat niet willen traag hun toevlucht zoeken in het stuurloze blauw van de hemel (Riet van Schie) #928 We betrekken de toekomst met de boedel van het verleden, willen stijlen verzoenen. (Vincent Van Gelder) #927 Als bij ons thuis een storm geboren wordt, houdt iedereen zich aan moeder vast en wacht tot zij het oog gevonden heeft, de wind weer gladstrijkt in haar schoot (Edward Hoornaert) #926 Toen ik het witte blad overstak om je nabij te zijn reikte je me een kapotte pen aan, schoten woorden tekort (Steven Van Der Heyden) #925 In het zwart van de hel krijgt het kogelwerend vest een eigen dimensie daar waar een baal meel het achterhoofd stut tegen een blauwe hemel (Bert Struyvé) #924 Soms betekent een kans dat je niet aanklopt bedacht ze toen ze een nieuwe deurklink kocht. (Otilia Ilie) #923 Gisteren een bevreemdend etentje met de tijd gehad. We bleven het verleden herkauwen tot het restaurant sloot. (Vincent Van Gelder) #922 ze ruilt de maan in voor een surrogaat tot de getijden onder haar jas stilstaan (Antony Samson) #921 En het woord is al onderweg naar het licht. Schoonheid schept ontmoeting in elke duisternis. (Patricia De Corte) #920 nocturne in wit: koud vuur vonkt stil hoop is licht ontvlambaar (Saskia Van Bueren) #919 zingende treinwielen bewaren vergezichten in dode hoeken de belofte van een afscheid (Steven Van Der Heyden) #918 Helder, wit en over alles heen vat het licht de dempende stilte van sneeuw. (Hans Hanssens) #917 Dat ik geen schuilplaats maak, maar een graf delf; Dit lichaam een levende kist voor m'n al dode zelf. (Vincent Van Gelder) #916 voor ik een boom werd leerde ik de kruin van mijn hoofd vertakken liet ik mezelf opvliegen in gedachten, zocht ik in wervelwinden het stuurloze blad (Edward Hoornaert) #915 In elk labyrint is er één uitgang bij jou binnengekomen gooide ik de sleutel weg (Luc C. Martens) #914 haar ogen glijden als koplampen over zijn handen zijn stamelende mond, de binnenbrand van zijn blos (Wim Vandeleene) #913 met stijve leden in een dure jurk geweven treed binnen in de schemer van het echte leven (Mike Van Acoleyen) #912 toen alles draaide om gezien te worden loste ik mezelf op in onzichtbaarheid (Annette Akkerman) #911 twee graden sneeuwt na kortstondig lijden alsnog onder de tranen zullen wel nooit boven water komen (Bert Struyvé) #910 de reflectie in de spiegel haalt zijn blik open in de ouderwetse glans schuilt heimwee (Steven Van Der Heyden) #909 In het begin was het woord. De daad bleef achterwege. Het woord verloor alle betekenis. (Vincent Van Gelder) #908 Eerst kussen dan schudden we ons weer netjes op (Pieter Drift) #907 We gaan steeds hoger en kleiner wonen, de aarde is verzadigd aan verlaten wortels (Luc C. Martens) #906 Geef me een landschap waarin betekenis nog geen kleur bekent alles naamloos en onaangeraakt is. (Steven Van Der Heyden) #905 Ik kijk naar de uiteinden van de aarde. Ik zie alles en tegelijkertijd zie ik niets. (Linda Masibo) #904 waarom liggen de spijkers om de vloed mee vast te kloppen nooit in het huis waar ook de hamer ligt (Nikki Petit) #903 zijn zweetgeur hangt in lakens en gordijnen haar bril beslaat wanneer hij nadert met een heet gezicht (Wim Vandeleene) #902 Of hun redeneringen op ongelijke benen staan en daarom steeds in cirkels gaan? (Vincent Van Gelder) #901 de dood is een toneelgordijn – dit eindeloos geduld totdat je opkomt (Mees van der Made) #900 het verleden dat toch nooit vergeet wat ons voor mij betekend heeft (Joost Bakker) |